NZa: UNICUM goed op weg met interdisciplinaire samenwerking
Tijdens het werkbezoek van de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) op 6 maart gingen vertegenwoordigers van UNICUM en de NZa met elkaar in gesprek over de ontwikkeling van de eerstelijnszorg in onze regio. Centraal stonden twee thema’s die in de dagelijkse praktijk sterk met elkaar verbonden zijn: regionale samenwerking en regeldruk.
Algemeen directeur Riana Botter benadrukte op dat eerste gebied hoe UNICUM kijkt naar de gehele organisatie in de brede, multidisciplinaire eerstelijn. "Lokale samenwerkingsverbanden (LSV’s) vormen daarbij voor ons het fundament. Ze bieden een stabiele en goed functionerende basis voor multidisciplinaire samenwerking tussen professionals, dicht bij de wijk en de praktijk. Lokaal los je met elkaar de problemen op omdat je op dat niveau de gedeelde urgentie voelt en samen aan oplossingen werkt."
Er werd onder meer uitgebreid stilgestaan bij de rol van ‘de regio’. Internationale voorbeelden laten zien dat deze rol verschillend kan worden ingevuld. Dat roept de vraag op wat we in Nederland regionaal willen organiseren, en wat juist lokaal belegd moet blijven.
RESV
Er is landelijk inmiddels veel aandacht voor de ontwikkeling van Regionale Eerstelijns Samenwerkingsverbanden (RESV’s). "Vanuit onze praktijkervaring met onze regionale netwerken ZOU verbonden en Werkplaats Lekstroom pleiten we er voor om goed te kijken wat een RESV wél en niet hoeft te zijn”, aldus Botter.
De NZa heeft een passende betaaltitel ontwikkeld om de samenwerking binnen Regionale Eerstelijns Samenwerkingsverbanden (RESV’s) te kunnen bekostigen. In het gesprek gaf NZa-bestuursvoorzitter Geranne Engwirda aan te zien hoe cruciaal samenwerking in de eerstelijnszorg is voor toegankelijke en betaalbare zorg. " Een vaste kern van een huisarts, wijkverpleegkundige, apotheker en sociaal domeinprofessional spelen een belangrijke rol om die samenwerking in de wijk goed vorm te geven, terwijl RESV's ondersteunen bij vraagstukken die de wijk overstijgen.”
Extra organisatielagen
Botter: "Voor ons is daarbij belangrijk dat bekostiging de samenwerking ondersteunt in plaats van stuurt, dat nieuwe structuren de inhoud niet belemmeren en dat middelen terechtkomen bij de professionals die het werk doen. Extra organisatielagen willen we zoveel mogelijk voorkomen."
De aanwezige vertegenwoordigers van de NZa kwamen tot de conclusie dat UNICUM interdisciplinaire samenwerking in de wijk in de praktijk al goed weet te realiseren.
Marloes Nijhoff-Giskes, beleidsmedewerker bij de NZa: “De landelijke visie eerstelijnszorg beschrijft vooral wat er regionaal georganiseerd moet worden en laat bewust ruimte voor het wie en hoe. De bekostiging is bedoeld om die ruimte te ondersteunen, zodat regio’s en lokale samenwerkingsverbanden op een manier kunnen samenwerken die past bij hun eigen praktijk.”
Medisch directeur Toosje Valkenburg benadrukte dat UNICUM erg gelooft in regionaal samenwerken vanuit een netwerkorganisatie maar dat in haar ogen een verdere formalisering en hiërarchische positionering van een RESV niet wenselijk is. Tom Rebholz, voorzitter van de huisartsencoöperatie van UNICUM, beaamde dat. "Het gevaar is dat als je het teveel formaliseert je de commitment van de achterban kwijtraakt."
Regeldruk
Een tweede onderwerp op de agenda van het werkbezoek betrof de beperking van de regeldruk en administratieve lasten. Regels die bedoeld zijn om kwaliteit en transparantie te waarborgen, leiden in de praktijk vaak tot extra administratieve handelingen.
De NZa en UNICUM blijken op dat gebied hetzelfde te denken over de wens én de noodzaak om daarin, met elkaar, zo snel mogelijk stappen te zetten. Toosje Valkenburg: "In onze regio werken we actief aan het verminderen van regeldruk, onder andere via het project RegelWijzer: Jij aan zet!. Dat is gebaseerd op het landelijke programma [Ont]Regel de zorg van VWS."
Pauline Haverlach, unitmanager Toezicht van de NZa, komt Valkenburg (als speciaal gezant regeldruk VWS) op dit onderwerp al geregeld tegen. "We streven er met elkaar naar dat we de tijd die men kwijt is aan administratie terugbrengen tot maximaal 20% van de werktijd. Daar zijn we nog niet maar gelukkig zetten we met elkaar wel stappen."
Beide partijen kijken terug op een open en inhoudelijk gesprek en blijven graag met elkaar in contact met als doel samenwerking te versterken en de zorg uitvoerbaar en patiëntgericht te houden.